Choose your language: Nederlands English Deutsch Vlaams Francais
Website Backs

De website van Matador gebruikt cookies (en andere technieken) en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website onder andere om deze te analyseren en te verbeteren en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante informatie te zien krijgt. 

Door gebruik te maken van deze website of door hieronder op akkoord te drukken, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies en het verzamelen van informatie aan de hand daarvan op de website van Matador.

Artikelen over voeding voor postduiven

Artikelen over voeding voor postduiven

Geïnteresseerde liefhebbers weten graag alles over hun sport, de duivensport. Daarom informeert Matador u periodiek over de nieuwste ontwikkelingen middels verschillende artikelen. Wij wensen u alvast veel leesplezier toe. 
Van start tot landing
31-7-2011

Als we een vliegtuig over horen komen of al die auto’s over de snelweg zien rijden, staan we eigenlijk niet direct stil bij het feit dat elke beweging, hoe gering ook, energie kost. Een vliegtuig dat te weinig brandstof bij zich heeft, zal een noodlanding moeten maken. Een boer die op de trekker rijdt en te weinig diesel heeft getankt zal naar de boerderij terug moeten lopen om een jerrycan met brandstof te halen. Dat zoiets zwaar kan lopen door de vette kleigrond, daar zal hij dan wel achter komen. En de auto? Wel eens een kilometertje geduwd naar het tankstation omdat de tank leeg was? Daar krijg je hele dikke gespierde armen van.…..Het is daarom toch wel handig om te weten, hoeveel benzine we nodig hebben als we van A naar B willen reizen met de auto. We denken daar niet direct over na, maar vergeet maar eens geld mee te nemen en je bankpas… Wedden dat je dan meer op de benzinemeter zult letten?  Als we een rit maken van 500 km en je weet dat je auto 1 op 10 rijdt, dan kun je ook weten dat je minstens 50 liter benzine in de tank moet hebben. Anders krijgen we een probleem.

Brandstof.
De spiercellen van een mens of dier kunnen samentrekken en arbeid verrichten. Zij halen hun energie uit eiwitten, koolhydraten en vetten. Door oxidatie ( verbranding door de opname van zuurstof) van deze stoffen veranderen zij van samenstelling en wordt er energie vrijgemaakt. Deze energie kan nu door een cel in een andere vorm worden omgezet, zoals b.v. in warmte of in beweging. Hoe ontstaat eigenlijk energie? Uiteindelijk kunnen we daar het zonlicht, waterstof, Chlorofyl(de groene kleurstof uit planten) en kooldioxide verantwoordelijk voor stellen. De planten zorgen ervoor dat kooldioxide uit de lucht bij de opname van waterstof wordt omgezet in zuurstof en energierijke stoffen ( koolhydraten). In het lichaam worden deze energierijke stoffen door oxidatie ( verbranding door opname van zuurstof) door de organen uiteindelijk omgezet in warmte, beweging en kooldioxide. Voeding is daarom de grondstof of wel de energie leverancier bij mens en dier.

De menselijke sport.
Mensen die sporten, verbruiken energie. Als we aan topsport doen, is het belangrijk om te weten hoe we ons moeten voeden en hoe we moeten trainen om tot topprestaties te komen. De
brandstoffen die energie leveren zijn koolhydraten ( 4,1 Kcal per gram), eiwit ( 4,1 kcal per gram) en vet (9,2 Kcal per gram). De verbranding van deze stoffen levert warmte, energie, kooldioxide en afvalstoffen op. Alleen bij vetverbranding komen geen schadelijke afvalstoffen vrij, alleen maar water en kooldioxide. Als de mens gaat sporten, worden de spieren samengetrokken en zo ontstaat er melkzuur. Dit komt in het bloed terecht. Bij een intensieve training is het bloedzuurgehalte hoog waardoor vermoeidheid optreedt. Dit proces kan men in grip krijgen door regelmatig te trainen. Als de trainingen worden aangepast aan de persoon, kan men de vermoeidheidsgrens steeds een stukje verleggen. Er is een duidelijk verband tussen de hoeveelheid aan melkzuur, de arbeidsintensiteit en de hartslagfrequentie. Door het meten van de hartslag.  Bij explosieve sporten worden 9 keer hogere waardes gemeten dan bij het punt van vertrek. Bij duursporters zijn die waardes 3 keer hoger na de prestatie. Topsporters “lopen” voor ongeveer 60% op koolhydraten.

Duiven topsport.
Bij duiven treedt er eigenlijk geen melkzuur op. In de eerste plaats bepaald de duif zijn eigen tempo. Hij zal zich niet zomaar laten opjagen. De stofwisseling is bij duiven heel anders dan bij mensen of zoogdieren. De duif verbrand eigenlijk hoofdzakelijk vetten en daardoor treedt er geen melkzuur op.

Energie verbruik.
Dan zijn we eigenlijk beland op het punt wat de duif dan eigenlijk verbruikt tijdens de vlucht. In de universiteiten van Gent (België), Guelph (Canada) en Frankfurt (Duitsland) werden er duiven geleerd om in een windtunnel te vliegen. Zij vlogen dus wel, maar kwamen niet vooruit. Zodoende kon men ze “aansluiten”op technische apparatuur die de metingen kon verrichten. Met fijne apparatuur wordt dan het zuurstofverbruik, het koolstofdioxidegehalte en het gewichtsverlies gemeten. Hen stelt dan vast hoeveel zuurstof de duif tot zich neemt en hoeveel koolzuur hij weer uitademt. Wordt er evenveel zuurstof ingeademd dan dat er kooldioxide wordt uitgeademd, dan vliegt de duif op dat moment op glycogeen. Worden er van de 10 delen zuurstof slechts 7 delen kooldioxide uitgeademd, dan vliegt de duif op vet.
                                                                  
Gedurende de eerste 10 minuten vliegt de duif uitsluitend op glycogeen. Daarmee vliegt hij als het ware uit de mand, komt ermee op hoogte en op snelheid. Daarna wordt nog tussen de 30 en 50 minuten glucose en vetzuren uit de bloedbaan en uit de lever verbruikt. In het eerste uur treedt ook het meeste gewichtsverlies op. Dat duidt erop dat de verbrande energie uit glycogeen (4,1 Kcal per gram) een keer zo laag is als die uit vet ( 9,2 Kcal per gram). Gemeten werd ook dat de duiven 3 tot 3,5 gram vet per uur verbruikten en dat is natuurlijk zeer interessant om te weten. De vetzuren worden opgeslagen in de rode spiervezels, die zich vooral in de borst bevinden. Dit is de opslagtank voor onderweg.
Deze rode spiervezels bevatten +/- 97 ½% onverzadigde vetzuren. Het glycogeen, wat de duif gedurende de eerste 10 minuten verbruikt, bevindt zich in de witte spieren direct naast het borstbeen. Die moeten flink opgeblazen zijn als de duif wordt ingekorfd.

De “lichte bloedvetten” in het lichaam worden geproduceerd door o.a. koolhydraatrijke en vetrijke granen, die de laatste 3 voedingen zijn gevoerd. Pas als deze zijn verbruikt, zal de duif overschakelen op verzuurverbranding vanuit de rode spiervezels. Als we nu weten, hoeveel vet er in het voer zit, dan kunnen we nu ook uitrekenen wat een duif nodig heeft.

Voorbeeld:
Stel, u geeft uw duiven mee voor een vlucht van 400 km en u schat in dat dit wel 6 uur vliegen is. Het eerste uur wordt alleen glycogeen (verzamelnaam van de verschillende soorten koolhydraten) verbruikt. Dan wordt ook de hoogste snelheid gehaald. De laatste 5 uur worden de vet(zuur)reserves aangesproken. We gaan uit van 3 gram vetverbruik per uur. De duiven hebben dan 5 x 3 gram = 15 gram vet nodig. Als we weten hoe vetrijk ons voer is, kunnen we uitrekenen of dit voer energierijk genoeg is.

De energie uit het voer.
Stel we hebben een voer met een vetgehalte van 5%. We voeren gemiddeld 200 gram voer per duif per week. Dan hebben we via het voer de duif 10 gram vetreserves meegegeven.  Daarom kan de duif 3 uur vliegen. Tellen we het eerste uur erbij waarop de duif glycogeen en bloedvetten verbruikte, dan komen we op een totaal op 4 uur. Dat is niet voldoende voor deze vlucht. Als we nu een voermengeling nemen met een vetgehalte van 9% (=18gram vet) dan is dit ruim toerijkend voor deze vlucht. We moeten dus wel goed in de gaten houden hoeveel uurtjes onze duiven in de lucht zijn.

Voor de Vitesse vluchten van 2 uur vliegen hebben we maar heel weinig vet nodig en zal de hoofdmoot de koolhydraten en de lichte bloedvetten moeten zijn. Voor de zware fondvluchten ligt dat heel anders. Daarom heb je voor de Vitesse en Midfond een ander voer nodig dan de fond en overnachtfond spelers. Het is daarom zinvol om goed uit te kijken wat je koopt. Niet de mooie mengeling is goed, maar de mengeling waar de duiven datgene mee kunnen doen, wat er van hen wordt gevraagd. Dat is dus heel anders naar voer kijken dan vele liefhebbers dat nu gewend zijn. We geven het voer wat de topspeler ook geeft, zonder erbij na te denken of dat wel een goede keuze is. We voeren het voer wat wordt gepromoot in de duivebladen, zonder erbij te denken……. Juist u snapt het al. In de volgende artikelen zal ik specifiek ingaan op de Vitesse, de Midfond, de Fond, Overnacht en het spel met de jonge duiven.  Ik heb allereerst gemeend een fundament onder het voeren te moeten leggen. Vandaar vertrekken we en gaan we ons specialiseren op datgene wat voor u het meest van belang is.

Een goed weduwschapvoer heeft datgene, wat nodig is om er optimaal mee te kunnen presteren Voor het programmaspel (Vitesse t/m Dagfond) is een relatief hoog vetgehalte, een hoge omzetbare energie en een relatief laag peulvruchtgehalte van groot belang. Staat de samenstelling niet op de zak, dan is deze vast wel te vinden in de folder van de fabrikant of u belt gewoon even.

 

Te veel van het goede.
Het is zeker niet verstandig om te veel vetten te voeren. Ook al bedoelt u het nog zo goed, realiseer u wel, dat de duiven dat allemaal mee moeten nemen. Elke vleugelslag weer zal hij daarmee geconfronteerd worden. Als u dus week op week teveel brandstof geeft, zullen de vetdepots overvol raken en de duif uit vorm. Dit betekent dat u als melker ook mee moet denken. Als de duiven twee weken achter elkaar een vlucht hebben van 400 km en ze worden door weersomstandigheden teruggezet naar 100 km, dan vliegen ze hun tank niet leeg. Houdt daar rekening mee door de week erop lichter en minder te voeren. Duiven melken blijft een vak apart en die de minste fouten maken, hebben een voorsprong.

Eiwitten.
Als de koolhydraten en de vetten op zijn verbruikt gedurende een zware vlucht, dan heeft de duif nog een kleine reservetank waar zich de langketenige koolhydraten (de Alfa 1.6 verbindingen) in bevinden. Zijn die ook op, dan schakelt de duif over op eiwitverbranding. Dit zijn de bouwstoffen voor de spieren. Dit proces gaat gepaard met enorme spierkrampen. De spieren worden als het ware opgebrand en dit proces vraagt veel zuurstof. De meeste duiven zullen dat niet mee willen en kunnen maken en gaan naar de grond. Weg duif dus (door onze fout!!) De echte doorzetters, de karakterduiven komen dan vermagerd thuis. Deze duiven zullen meestal nooit meer dezelfde prestaties als voorheen neer kunnen zetten. 

Zuurstof.
Naast brandstof heeft de duif ook zuurstof nodig. Spieren kunnen zonder zuurstof niet functioneren. De “aanmakers” van zuurstof zijn de rode bloedlichaampjes. Die moeten dus volop aanwezig zijn voor een optimale zuurstofvoorziening.  
Ook wordt er eiwit verbruikt tijdens een vlucht. Dat hebben metingen uitgewezen. Des te zwaarder de vluchten, des te meer eiwitten worden aangesproken. Vergelijk het maar met het olie verbruik bij de auto. Als de auto zwaarbeladen is en over de bergen moet om na een lange rit zijn eindbestemming te bereiken, dan heeft die auto er flink aan moeten trekken. De kans dat er olie verbruikt is, is dan groter dan dat je even naar de bakker moet om een broodje te halen. Verbruikt eiwit moet altijd weer worden aangevuld, anders stopt de motor ermee. Dat is ook zo bij de duiven.

 
Krap Services
 
<<< Terug